Russische muziek

Symfonieorkest Jacob Obrecht zocht voor dit concert met Russisch tintje de samenwerking met het CKB en met solist Mathieu van Bellen, wat zeer goed uitpakte. Er werden verschillende werken van russische componisten ten gehore gebracht waaronder delen uit het Zwanenmeer en Doornroosje van Tschaikovsky en de schilderijententoonstelling van Moessorgski. Leerlingen van danslerares Sylvia de Groot fleurden verscheidene delen op met hun dans.

In de foyer was bovendien een geheel nieuwe schilderijententoonstelling te zien. De cursisten van Henk Watzeels hadden zich laten inspireren door de de muziek van Moessorgski, die op zijn beurt weer was geinspireerd door werken van zijn vriend Viktor Hartmann.

Het klapstuk van de middag was toch wel het vioolconcert nr.1 van Wieniawski dat uitmuntend gespeeld werd door het jonge zeeuwse talent Matthieu van Bellen. Het voor velen onbekende werk was dan ook een grote verrassing en kon samen met het toegift op veel waardering rekenen.

def_poster

Foto’s

Recensie

Een feestelijke Russische middag met Jacob Obrecht

Het was een goede gedachte van dirigent en bestuur van Symfonieorkest Jacob Obrecht om voor dit concert contact te zoeken met het Centrum voor de Kunsten in Bergen op Zoom. Dat heeft al meerdere malen geleid tot hartverwarmende concerten met veelzijdige kunstvormen. Ditmaal waren muziekstukken van Russissche componisten met daarbij behorend ballet en beeldende kunstvormen de rode draad van deze middag.

Wie dat wilde, kon in deze muziek worden ingeleid door Marian Mennes, die in de foyer voor het begin van het concert een heldere uiteenzetting gaf van de composities, die ten gehore gebracht zouden worden. Met lichtbeelden werden de schilderijen getoond, die voor Moussorgski aanleidng waren voor zijn muziekstukken. Bovendien werden de schilderijen vertoond van leerlingen van Henk Watzeels, die zich op hun beurt weer hebben laten inspireren door de muziek. Wanneer men daarbij bedenkt, dat ook balletleerlingen van Sylvia de Groot hun aandeel inbrachten, kan men zich voorstellen, dat oog en oor aan hun trekken kwamen. Jacob Obrecht komt lof toe dit allemaal georganiseerd te hebben. De waardering voor dit alles kwam ook tot uiting door de bijdragen van de sponsors, waarbij met name de aanschaf van de grote trom genoemd mag worden. Gelukkig zijn de tijden voorbij, dat Jacob Obrecht voor zijn uitvoeringen slagwerkinstrumenten moest lenen bij bevriende muziekgezelschappen, die dit overigens steeds royaal heben toegestaan.

Het programma begon met delen uit de Schilderijententoonstelling van Moessorgski. Het orkest had het zich met deze keuze niet gemakkelijk gemaakt. De uitvoering vraagt een flink aantal extra blazers en slagwerkers, die als gewaardeerde gasten meespelen in het orkest. Maar het vergt wel veel organisatievermogen om repetities te organiseren, waarop iedereen aanwezig kan zijn. Dan kan men bewondering hebben voor de subtiele uitvoering van de onderdelen. Daarbij waren de balletten van de kleine kuikentjes en van de volwassenen zowel vertederend als betoverend.

Het Eerste Vioolconcert van Wieniawski was voor de pauze de grote verrassing. De jonge solist Mathieu van Bellen speelde met grote virtuositeit de geweldig moeilijke en indrukwekkende passages in dit driedelige concert. De zekerheid van zijn streek en de zuiverheid van de klank bleven bij dit alles overeind. Ook in passages met de hoogste noten, die fluisterend doorkwamen, bleef het motief doorzichtig. Terecht kreeg hij daarvoor een daverend en dankbaar applaus. Op zijn beurt beloonde hij het publiek met een ingehouden en gevoelvol gespeeld Adagio van J.S.Bach, dat een geheel ander aspect van zijn kunnen liet zien. We mogen voor de toekomst nog veel van hem verwachten.

Na de pauze werden delen uit het Zwanenmeer en Doornroosje ten gehore gebracht. Ook hier verrasten de balletscenes opnieuw mede dank zij het parmantige optreden van de jonge ballerina’s. Wel leek het, of het orkest hier meer moeite had het samenspel te vinden. Het mag gezegd worden, dat het alles bijeen ook een zwaar programma was, dat veel van de spelers vroeg. Daarbij komt, dat de schouwburg De Maagd geen ideale concertzaal is. De klank is wat droog en de orkestleden hebben waarschijnlijk moeite elkaar te horen, waardoor het samen spelen ook bemoeilijkt wordt; de gordijnen achter het orkest nemen ook veel van de klank weg; misschien zou het aanbeveling verdienen achter het orkest panelen te plaatsen, die dit bezwaar gedeeltelijk zouden kunnen opheffen.

J. Boter, januari 2012

Contact Us

We're not around right now. But you can send us an email and we'll get back to you, asap.

X